Gepubliceerd in Rotterdams Dagblad 17/8/00, pagina 3

In Gölcük is hele nacht het licht aangebleven

Door Johannes Odé

Afgelopen nacht herdachten miljoenen Turken de verwoestende aardbeving die precies een jaar geleden om twee over drie noordwest Turkije trof. Volgens de overheid kwamen 16.899 mensen om het leven. Vrijwel iedereen gelooft dat het er veel meer waren. 29 van hen waren inwoners van Rotterdam. De overlevenden proberen de draad weer op te pakken.

Bijna niemand is vannacht naar bed geweest in Gölcük, de stad die het zwaarst door de aardbeving werd getroffen. Overal waren de lichten aan, behalve in de beschadigde flatgebouwen die nog overeind staan. Gekleed in zwarte T-shirts met teksten als: 'Ik wil een toekomst', 'De aardbeving mag nooit vergeten worden', 'De verantwoordelijken moeten worden berecht', spreken duizenden slachtoffers zich uit over de aardbeving.

De verslagenheid over het verlies van zoveel mensenlevens is er nog steeds. 17 augustus 1999 staat diep gegrift in het geheugen van Mehmet, een man van 63. Sinds de aardbeving heeft hij uitzicht op zee. Hij beschrijft wat hij die bewuste nacht zag vanuit zijn raam op de derde verdieping:  "Complete gebouwen verdwenen in zee, overal braken branden uit. De olieraffinaderij aan de overkant van de baai was gehuld in een lichte gloed. We hebben doodsangsten uitgestaan. Ik voelde alsof ik deinde als een schip op zware zee. Ik dacht maar aan één ding: weg, het huis uit."  Mehmet heeft veel buren verloren. Z'n eigen huis is blijven staan. Toch voelt hij zich nog steeds onzeker. Dat geldt voor bijna iedereen in het aardbevingsgebied. Kinderen zijn bang om alleen te slapen en veel mensen worden midden in de nacht angstig wakker. Iedereen heeft de naschokken gevoeld. Daarbovenop werden de bewoners van noordwest Turkije op 12 november opnieuw opgeschrikt door een zware aardbeving. Veel overlevenden zijn naar hun geboortedorp gevlucht. Anderen reisden naar familie in Nederland en andere Europese landen om op verhaal te komen. Maar velen keerden na enkele maanden terug. Iedereen wil na de aardbeving toch weer de draad oppakken.    

Lege karkassen
Een jaar na de aardbeving zijn de gevolgen nog overal zichtbaar. Lege karkassen van 4 tot 6 verdiepingen hoge flatgebouwen staan verlaten tussen het geëgaliseerde puin van ingestorte gebouwen. Naast bewoonbare huizen hebben bewoners van latten en plastic noodwoningen gemaakt, waar ze nog regelmatig de nacht doorbrengen. Bang om opnieuw door een nachtelijke aardbeving overvallen te worden. Winkeliers hebben hun zaak verplaatst naar containers en noodwinkels en overheidskantoren zijn voorlopig gehuisvest in barakken.
De bijna tweehonderdduizend daklozen zijn in tentenkampen en prefab nederzettingen opgevangen, zoals Ayla die met haar man en zoontje in een tent woont. Terugblikkend vertelt ze: "De eerste maanden kregen we iedere dag eten en konden onze was laten doen. En in de winter kregen we een gaskachel. Gelukkig geeft de overheid ons een financiële toelage. Ik weet niet hoe we anders kunnen leven. M'n man heeft nog geen vast werk. Zijn bedrijf is door de aardbeving kapot gegaan. Terug naar haar huis kunnen we niet meer. Het is te zwaar beschadigd en wordt afgebroken. We zijn alles kwijt." Van vrienden en familie heeft Ayla meubilair, een vloerkleed, een kookstel en een koelkast gekregen. Binnenkort verhuist de familie van Ayla naar een van de nieuwe 'prefab' nederzettingen die rondom de zwaar beschadigde steden zijn aangelegd door hulporganisaties en de Turkse overheid.
Cetin Demerci woont in een van de nieuwe nederzettingen met 'prefab' huizen. "Het is een geweldige overgang voor ons," zegt Cetin. "We woonden in een vierkamerwoning. Nu hebben we één kamer waarin we alles moeten doen. Bovendien zitten we behoorlijk ver van m'n werk en van de school van de kinderen."

Economisch hart
Cetin werkt in een van de vele fabrieken van de regio. Het gebied waar de aardbeving plaats vond is sinds de zestiger jaren het economisch hart van Turkije. Sinds de zeventiger jaren zijn mensen hier heen getrokken om in de industrie of in de bouw te werken. In korte tijd zijn zonder planning woonwijken uit de grond gestampt die niet berekend waren op een aardbeving. Dat had nooit mogen gebeuren, zeggen de getroffen bewoners achteraf en eisen dat de schuldigen moeten worden gestraft. Niemand die de aardbeving heeft meegemaakt wil nog wonen in een huis hoger dan drie verdiepingen.
"In de 'prefab' nederzettingen voelen we ons veilig," zegt Cetin. "Het leven wordt ook wat makkelijker. Er komen wat meer winkeltjes. Er is een theehuis waar we met de mannen kunnen kaarten en praten. Kinderen kunnen nu terecht in het kinderdagverblijf en in het nieuwe buurthuis worden bijscholingscursussen voor vrouwen en jongeren gegeven." De familie van Cetin heeft intussen ook een groentuintje aangelegd. Het ziet er naar uit dat de ruim honderdvijftigduizend bewoners van de 'prefab' nederzettingen er nog jaren zullen blijven wonen. De overheid heeft nieuwbouwplannen. Maar voordat iedereen een nieuw huis heeft…
"Na de aardbeving voelen veel mensen zich aan lot overgelaten," vertelt Melek. Zij werkt als vrijwilligster voor een van de vele verenigingen van slachtoffers die afgelopen jaar zijn opgericht. "Waar kunnen ze hun recht halen op schadevergoeding? Wie moet hen helpen als ze hun eigendomspapieren kwijt zijn? Waar moeten ze heen met hun angst en hun verdriet?" In een tiental plaatsen in het aardbevingsgebied houden de verenigingen kantoor, waar iedereen terecht kan met dit soort en andere vragen. Sociaal werkers, advocaten en psychologen hebben hun diensten aangeboden. "Het is een van de goede dingen van de aardbeving, dat bewoners zich nu organiseren en opkomen voor hun belangen," zegt Melek tevreden.

Volgende beving
Intussen blijft de dreiging van een volgende aardbeving. De volgende zou wel eens de miljoenenstad Istanbul kunnen treffen, voorspellen seismologen. De stad ligt in een van de actiefste aardbevingszones ter wereld. "We willen voorbereid zijn", zegt Anil van de bewonersorganisatie uit de wijk Avcilar. "Daarom hebben we nu onze eigen vrijwillige reddingsbrigades opgericht. Van mijnwerkers, brandweerlieden en ambulancemensen hebben we geleerd wat we moeten doen als het ooit weer gebeurd. Maar daar laten we het niet bij," zegt ze. "We dringen er bij de overheid op aan dat ze de bouwvoorschriften verscherpt en vanaf nu ook controleert. Er mogen geen huizen meer gebouwd worden waar de mensen zich niet veilig voelen. En onveilige huizen moeten worden afgebroken. Alleen dan kunnen mensen hier weer vertrouwen krijgen in hun toekomst."

Terug naar pagina Turkije

1