Artikel verschenen in Kinderen Eerst van Unicef, november 2002
Terug in Kaboel
Door Johannes Odé
Met 200 kinderen en hun ouders woont hij in een gekraaktschoolgebouw, midden in een zandvlakte aan de rand van Kaboel.  Ahmed (30) is een van de 1,7 miljoen vluchtelingen die dit jaar naar Afghanistan teruggekeerd.
In het open trappenhuis hollen de kinderen op en neer. Ze wonen met hun ouders in de lokalen aan weerszijden van de lange gang. Door de grote open gaten waar ooit ramen zaten waait een kille wind naar binnen. In de lokalen staat vrijwel niets. Matjes op de grond, kookgerei en een stapeltje kleding is wat de bewoners bij zich hebben. Een enkele familie bezit dekens en een bed. Bijna iedereen heeft hetzelfde verhaal als Ahmed. "Toen we terugkwamen in Afghanistan konden we nergens heen. Onze huizen zijn door het oorlogsgeweld vernietigd. Daarom zijn we gaan zoeken naar tijdelijke huisvesting en hebben toen dit lege gebouw gekraakt." Het is de voormalige kinderopvang van de Chinese textielfabriek die al tien jaar niet meer in gebruik is. Hekhmatiar, een van Afghaanse krijgsheren heeft de fabriek geplunderd en vervolgens in brand gestoken. Er rest nog slechts verwrongen staal en muren van wat de grootste textielfabriek van Afghanistan was, met 5000 werknemers.
1500 families
De bewoners van het gekraakte gebouw zijn de afgelopen maanden met bussen en vrachtwagens teruggekeerd uit Pakistan. Ahmed: "Met 5 families hebben we een vrachtwagen gehuurd in Pakistan. Bovenop onze spullen reisden we drie dagen lang door de bergen, over de Khyber-pas naar Afghanistan. We deden er drie dagen over. De weg was slecht. Bovendien werden we op verschillende plaatsen gecontroleerd. Gelukkig hadden we voldoende eten en drinken bij ons."
Bij het dorpje Pul-i-Charki, dichtbij Kaboel,  heeft de UNHCR,  de vluchtelingenorganisatie van de VN, sinds maart dit jaar een ontvangst centrum ingericht voor de terugkerende vluchtelingen."Sinds maart 2002 zijn hier meer dan een miljoen mensen binnen gekomen," vertelt Nazeer. Hij is verantwoordelijk voor de coördinatie. "Deze zomer kwamen er dagelijks een paar honderd vrachtwagens en bussen uit Pakistan aan. We hadden dagen dat we 1500 families moesten verwerken. Tientallen vrijwilligers waren van zeven uur 's ochtends tot elf uur 's avonds in de weer. Die tijd is nu voorbij. Nu het winter wordt willen veel Afghanen liever in Pakistan blijven. We zien zelfs een stroom terug van vluchtelingen. Mensen die geen werk hebben kunnen vinden of  geen huis hebben keren terug naar Pakistan." Nazeer verwacht dat ze volgend voorjaar wel weer terugkeren. "Als de vrede gehandhaafd blijft," zegt hij er voorzichtig bij.
In het ontvangstcentrum van de UNHCR Pul-i-Charki worden teruggekeerde families opgevangen. Nazeer laat zien hoe het toegaat in het centrum: In de eerste tent liggen mijnen en explosieven uitgestald. "Er is geen land waar zoveel mijnen liggen als Afghanistan," zegt de voorlichter. "Per dag stappen er 10 - 12 mensen op een mijn. Daarom moeten we iedereen daarvoor waarschuwen. We laten hier zien dat mijnenvelden gemarkeerd worden met rood geschilderde stenen. Daar moet je dus nooit overheen gaan." De volgende tent is van Unicef. Daar krijgen alle kleine kinderen vaccinatie tegen mazelen en druppels tegen polio. In de tent ernaast moedigen jonge vrijwilligers ouders aan om hun kinderen naar school te sturen. Het is gratis en schoolboeken en schriften en pennen worden door Unicef beschikbaar gesteld. In de volgende tent krijgen de families op vertoon van hun papieren een 'overlevingspakket': 100 kilo tarwe, een kilo zeep, twee plastic zeilen en doek voor vrouwen waarvan ze maandverband kunnen maken. Voor ontvangst moeten ze hun duim afdrukken. Meer dan 90 procent van de vluchtelingen zijn ongeletterd. Tenslotte krijgt ieder familielid $ 20. Ahmed en zijn familie hebben dit bedrag ook gekregen. Maar een groot deel moesten ze direct al weer af staan aan de chauffeur die hen naar Kaboel bracht.
Kinderen van broers
Ahmed en z'n vrouw moeten nu de zorg dragen voor de kinderen van z'n drie overleden broers. Ze zijn tijdens het Taliban bewind om het leven gekomen. Zelf heeft hij al 4 kinderen. "Het is mijn plicht om hun kinderen op te vangen en voor een goede toekomst te zorgen. Hoe? Dat weet ik nog niet. We kunnen niet terug naar ons dorp." Ahmed is er gaan kijken. Van het huis dat hij destijds huurde is nog nauwelijks iets over. "Het ziet er vreselijk uit. Alle huizen zijn verwoest en de velden staan droog. Het is allemaal het werk van de Taliban. Zij hebben ons verjaagd en onze huizen in brandgestoken," zegt hij verbitterd. Ahmed was landarbeider. In Kaboel is hij naar werk gaan zoeken. Nu er in Kaboel een begin gemaakt wordt met de restauratie van beschadigde gebouwen en wegen worden zijn kansen groter. De oudere kinderen verkopen water op de markt, of verkopen plastic tassen. Zo verdienen ze net voldoende voor hun eten. De kleinere kinderen spelen met elkaar rond het gebouw. Ze gaan nog niet naar school. Ahmed: "We weten niet hoe lang we hier blijven. Dus hebben we ze nog niet naar school gestuurd. Maar zodra we een woning hebben waar we kunnen blijven gaan ze naar school, de jongens en de meisjes. School is noodzakelijk voor een beter leven. Voorlopig probeer ik dat zij bijles krijgen, zodat ze straks goed mee kunnen komen." 
Toekomst
De meeste bewoners van het gekraakte gebouw zijn zo'n zes jaar geleden naar Pakistan gevlucht. Daar vonden ze werk in de bouw, of als sjouwer op de markt. Een enkeling lukte het om een eigen winkeltje op te zetten of een marktkraam te beginnen. "Het leven in Pakistan was niet makkelijk," vertelt Nadia, de buurvrouw van Ahmed. Ze is destijds zoals de meeste Afghanen zonder paspoort naar Pakistan vertrokken. "Regelmatig werden onze papieren gecontroleerd door de Pakistaanse politie. Ze lieten ons pas met rust na betaling van flinke sommen geld. We waren het gezeur met de politie en de discriminatie meer dan zat. We waren dan ook blij dat er eindelijk vrede kwam in Afganistan. President Karzai gaf ons hoop op een betere toekomst. Op TV en radio hoorden we zijn oproep om terug te komen naar Afghanistan. Maar we zitten hier nu al een paar maanden. We kunnen nauwelijks werk krijgen en voorlopig hebben we geen eigen huis," zegt Nadia. Haar man is nog in Pakistan. Voorlopig blijft hij daar. Hij heeft daar een goed betaalde baan als vrachtwagenchauffeur.
Na een paar maanden is er een sterke onderlinge band tussen de bewoners ontstaan. Agha Mohamad, een van de oudste bewoners is uitgegroeid tot een soort burgervader van de bewoners: "Als wij hier weg moeten gaan we met z'n allen ergens anders wonen. We blijven bij elkaar," zegt hij beslist.  Om 8 uur 's avonds blazen Ahmed en de andere bewoners van het kraakpand hun olielampjes uit. Iedereen kruipt dicht tegen elkaar om de koude nacht te kunnen trotseren. De winter komt er aan. Nu in november vriest het 's nachts in Kabul en de komende maanden zal de temperatuur ook overdag nauwelijks boven de nul graden komen. Te koud om zonder kachel, dekens en warme kleding te kunnen overleven.  De 42 families in het gebouw van de Chinese textielfabriek zien de winter daarom met angst tegemoet.
 
Winter in Kabul
Van de 1,7 miljoen teruggekeerde Afghaanse vluchtelingen zijn er 600.000 in Kaboel terecht gekomen. Velen hebben geen huis meer waar ze naar terug kunnen keren en leven nu in ruines van flatgebouwen, winkelpanden en bungalows. Unicef, UNHCR en verschillende Ministeries zijn hard bezig in Kabul al tienduizenden families een winterbestendig onderkomen te verzorgen. Kleding, kachels, warme kleding en aanvullend voedsel. Of dat lukt gezien de omvang van het aantal daklozen? Er zijn al bouwplanen voor nieuwe woonwijken om de teruggekeerden te huisvesten. Maar die komen te laat voor deze winter. Velen zullen moeten opgevangen worden in winterharde tenten.
1